Daar kwam hij weer, de meest gevreesde vraag op ieder feestje: “En..wat doe jij voor je werk?” Na een razendsnelle inschatting van de man die zo vriendelijk was mij aan te spreken, antwoordde ik: “Ik begeleid mensen met loopbaanvragen”. Ik was even vergeten dat het woord ‘loopbaanbegeleiding’ in een overvolle ruimte met een rockband op de achtergrond al even moeilijk bekt als ‘Zijnsoriëntatie’. Dus ook hiermee ontkwam ik er niet aan de werktitel van mijn voormalige corebusiness letter voor letter in het welwillend neigende oor van mijn gesprekspartner te roepen. Onze getoeterde uitwisseling verliep zonder kleerscheuren, zodat ik door een kier van de benarde situatie naar de dansvloer kon glippen. Daar sloot mijn vrouw mij in haar armen en nam de leiding bij de foxtrot. Toen wij ons, ieder apart, opnieuw tussen de feestgangers hadden gemengd, werden mij geen penibele vragen meer gesteld. Net toen mijn opluchting hierover plaats maakte voor een comfortabel gevoel van ontspanning, wenkte mijn partner mij uit de verte bestraffend toe. Ik zag tot mijn schrik dat zij in gesprek was geraakt met de man die ik net zo listig over mijn werkzame leven had geïnformeerd. “Betrapt!” riep ze triomfantelijk, nadat ik mij beschroomd bij het ploegje mensen had gevoegd dat erom heen stond. “Zooooo, dus jij bent loopbaanbegeleider?”, teasde ze. “Jij dacht zeker dat wij te dom waren om je te begrijpen hè”, voegde de man eraan toe, van wie ik nu dacht te weten dat hij fysiotherapeut was. Mijn pogingen om mijn ongemak in humor om te buigen gingen verloren in het toenemend geweld van de muziek. Op de vervolgvraag “Wat doen jullie dan precies?” moest ik, anders zo goed van de tongriem gesneden, het antwoord schuldig blijven. Maar mijn partner riep: “Wij maken mensen gelukkig!”, terwijl ze in een vreugdevol gebaar haar armen in de lucht gooide. “Jaaaa”, beaamde ik, volmondig, 'wij maken mensen gelukkig!”.
"Werkt goed hè, die cursus elevator pitch", evalueer ik als we weer in de auto naar huis zitten. “Ben benieuwd of-ie gaat bellen.”